Wikia


Calvin Coolidge cph.3g10777.jpg

Keep cool with Coolidge.

John Calvin Coolidge Jr.
 (Vermont, 4 juli 1872 - Massachusetts, 5 januari 1933) was de 30ste President van de Verenigde Staten. Hij volgde president Warren Harding op na diens overlijden op 2 augustus 1923, om vervolgens opgevolgd te worden door Herbert Hoover in maart 1929. Hij was een Republikeinse president. 

LevensloopEdit

John Calvin Coolidge Jr. was geboren op 4 juli 1872, waardoor hij tot op heden de enige Amerikaanse president is die geboren is op Independence Day. Hij was geboren te Vermont als de zoon van John Calvin Coolidge Sr. en Victoria Josephine Moor. Hij studeerde aan de Black River Academy, St. Johnsbury Academy en Amherst College. Vervolgens ging hij aan de slag als advocaat, en in 1900 werd hij verkozen tot stadsadvocaat van Northampton, om vervolgens in 1901 opnieuw te worden verkozen. In 1904 was hij rechtbankgriffier. In 1905 huwde hij met Grace Anna Goodhue, en samen hadden ze twee zonen. Na de geboorte van zijn oudste zoon, John Coolidge, liet hij de naam "John" vallen in zijn eigen officiële naam om zo verwarring te vermijden. Vervolgens liet hij zijn naam zelfs wettelijk aanpassen tot louter "Calvin Coolidge"[1].

OpmarsEdit

In 1906 werd Coolidge verkozen in het Huis van Afgevaardigden voor de staat Massachusetts (niet het nationale Huis van Afgevaardigden). Daar zetelde hij gedurende twee termijnen, in 1907 en 1908, telkens voor de Republikeinse Partij. Van 1910 tot 1911 was hij burgemeester van Northampton, en van 1912 tot 1915 was hij lid van de Senaat van Massachusetts (waarvan de laatste twee jaar als voorzitter). Van 1916 tot 1918 was hij luitenant-gouverneur van Massachusetts, en van 1919 tot 1920 was hij gouverneur van diezelfde staat.

In 1919 brak er een staking uit bij de politie van Boston, omdat hen het recht werd ontzegd een vakbond op te richten. Hierdoor vond er soms geweld en oproer plaats, waarna Coolidge besloot op te treden en de volgende uitspraak deed: "er bestaat niet zoiets als het recht om te staken tegen de openbare veiligheid door eender wie, eender waar, eender wanneer". Met deze woorden, waarmee hij aangaf dat er geen rechtvaardiging was voor een politiestaking ten koste van de openbare veiligheid, werd hij nationaal bekend als een sterk leiderfiguur die in staat was de wet en de orde strikt te handhaven[2].

VicepresidentschapEdit

Coolidge stelde zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1920, maar verloor de Republikeinse nominatie aan Warren Harding. Vervolgens werd Coolidge wel onverwacht genomineerd tot running mate van Harding. Tijdens de presidentsverkiezingen zelf namen Harding en Coolidge het op tegen de Democratische uitdager, James Cox en zijn running mate, Franklin D. Roosevelt. De verkiezingen werden een grote overwinning voor de Republikeinen, en zodoende werd Coolidge de Amerikaanse vicepresident in 1921. 

Coolidge was de eerste vicepresident die vergaderingen van het kabinet bijwoonde, aangezien zijn functie voordien over het algemeen weinig ambtsplichten bevatte. Tijdens zijn periode als vicepresident werd hij bekend als "Silent Cal" ("Stille Cal"), omdat hij een man was van weinig woorden. Een stadssage over Coolidge vertelt hoe een vrouw, die naast hem zat tijdens een diner, zei dat ze met iemand had gewed dat ze hem minstens drie woorden kon laten zeggen. Daarop antwoordde hij: "You lose".

Op 2 augustus 1923 kwam president Harding plots te overlijden. Op dat moment was Coolidge op bezoek bij zijn familie, in een huis waar geen electriciteit noch telefoonlijn aanwezig was. Een boodschapper kwam naar hem toe om het overlijden van de president te melden. Zijn vader, een notaris, nam vervolgens zijn presidentiële eed af in hun huis bij het licht van een kerosinelamp. De volgende dag begaf Coolidge zich naar Washington, waar hij opnieuw werd ingezworen door een rechter van het Hooggerechtshof, om te vermijden dat er onduidelijkheid zou bestaan over zijn eedaflegging.

PresidentschapEdit

Na zijn aantreden op 2 augustus 1923 was Coolidge de eerste president wiens toespraak werd uitgezonden via de radio.

Eerste termijnEdit

Coolidge besloot het beleid van Harding verder te zetten, zoals de restricties op immigratie[3], en de arbitrage van de op dat moment gaande stakingen in de koolmijnindustrie in Pennsylvania. Hij behield tevens de meeste kabinetsleden die reeds waren aangesteld ten tijde van Harding, inclusief Herbert Hoover, de Minister van Economische Zaken, aan wie hij het industriebeleid zo goed als helemaal overliet, inclusief het reguleren van de radio en de wegcode (al minachtte Coolidge de meeste vormen van regulering). Niettemin waren sommige van Harding's kabinetleden reeds voordien beschuldigd van corruptie, maar Coolidge was van het principe dat hij Harding's adviseurs diende te houden tot aan de volgende verkiezingen. 

Verder was Coolidge een president die overwegend niets deed tijdens zijn ambt. Hij volgde het "laissez-faire"-principe van de economie, omdat hij geloofde dat de overheid zo min mogelijk op de vrije marktwerking moest ingrijpen of bijsturen. Dit staat in schril contrast met zijn voormalig beleid als gouverneur van Massachusetts, waar hij zich schaarde achter gereguleerde uurlonen, werkweken en arbeidsveiligheid, en zich verzette tegen kinderarbeid. Als president hield hij zich afzijdig van zulke zaken, omdat hij van mening was dat dit de verantwoordelijkheid was van de individuele staten en lokale overheden, niet van de federale regering[4]. Op dat moment leek er voor de Amerikaanse overheid ook geen reden te zijn om in te grijpen in de economie. Coolidge was immers president tijdens de periode van de "roaring twenties" (de roerende jaren twintig) waarin een sterke economische groei plaatsvond.

Als gevolg van de gunstige economische omstandigheden kon Coolidge zelfs een belastingsverlaging doorvoeren[5], en ging hij akkoord met zijn Minister van Financiën, Andrew Mellon, die stelde dat een belastingsverlaging meer inkomsten zou betekenen voor de staat. Pas aan het einde van de jaren 1920 zouden de gevolgen van een langdurig "laissez-faire"-beleid op een pijnlijke manier duidelijk worden met het uitbreken van de Great Depression (Grote Depressie). Dit had een weerslag op heel de Verenigde Staten, en al gauw ook op de rest van de wereld, waardoor een ongecentraliseerd, lokaal economisch beleid van de individuele staten nooit voldoende kon zijn om de economische crisis aan te vechten. Het was de opvolger van Coolidge, president Herbert Hoover, die voornamelijk onterecht de schuld werd gegeven van "niets te doen", terwijl deze net expliciet had gebroken met het laissez-faire-principe van zijn voorganger.

Anderzijds sprak Coolidge zich wel uit als voorstander van burgerrechten. In 1924 tekende hij de Indian Citizenship Act, waardoor alle Indianen recht kregen op het Amerikaanse burgerschap[6]. Ook steunde hij het concept van burgerrechten voor Afro-Amerikanen, en beschouwde hij het een openbare en private plicht om hun rechten te beschermen[7]. In 1924 gaf hij verschillende toespraken waarin hij de Afro-Amerikanen prees voor hun snelle vooruitgang en hun bijdrage aan de Amerikaanse maatschappij[8][9][10]. Hij sprak zich eveneens uit als voorstander van een wet die lynchen illegaal moest maken, en omschreef dit als een afschuwelijke misdaad waarvan de Afro-Amerikanen niet de enige slachtoffers waren, maar wel het overgrote deel ervan[11]. Zijn pogingen om zulk een wet goedgekeurd te krijgen werden echter tegengehouden door de Democraten van de zuidelijke staten.

Tweede termijnEdit

In 1924 werd Coolidge genomineerd als presidentskandidaat voor de Republikeinse partij. In dat jaar overleed echter zijn jongste zoon, Calvin, waarna hij zich meer begon terug te trokken. Niettemin bleef hij wel campagne voeren, en deed hij verschillende toespraken - waarvan een aantal werden uitgezonden op de radio. Uiteindelijk won Coolidge de verkiezingen met zijn running mate, Charles Dawes, wat natuurlijk niet te verbazen is: wie niets doet, kan ook niets verkeerd doen, en als de economie op dat moment toch goed loopt is het volk tevreden van hun president, ongeacht of hij daar zelf verantwoordelijk was of niet. Bijgevolg begon Coolidge in maart 1925 aan zijn tweede (en in feite eerste verkozen) termijn als president.

Ook tijdens die tweede termijn is Coolidge zo goed als nooit opgestaan uit zijn luie zetel. Zelfs niet wanneer verschillende staten geteisterd werden door een grote overstroming nadat de Mississippi-rivier uit haar oevers was getreden. Miljoenen hectaren land kwamen onder water te staan, en anderhalf miljoen mensen geraakten dakloos. Coolidge wees Herbert Hoover aan om hulpacties te organiseren, maar verder toonde hij geen interesse in het gebeuren en wou hij zelfs geen persoonlijk bezoek brengen aan de getroffen gebieden. Bovendien wou hij zo min mogelijk overheidsgeld spenderen aan de hulpacties, omdat hij vond dat de landeigenaars zelf voor de kosten moesten opdraaien. Hij wilde immers de uitverheidsuitgaven minimaliseren, om zo de overheidsschuld terug te dringen. In 1926 en 1928 voerde hij opnieuw belastingsverlagingen door[12][13].

Het buitenlands beleid van Coolidge was erg beperkt. Hij was geen groot voorstander van een lidmaatschap van de Volkenbond (Leage of Nations), die na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd opgericht als een voorloper van de Verenigde Naties. Hij was wel bereid om toe te treden tot het Permanent Hof van Internationale Justitie (de voorloper van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag), maar enkel onder bepaalde voorwaarden waardoor de Verenigde Staten er uiteindelijk nooit lid van geworden is. Zijn grootste verwezenlijking is het Briand-Kelloggpact van 1928, dat werd gesloten tussen 23 landen inclusief Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, België, Italië, Polen en Japan. Dit pact legde de grondslag voor het strafbaar maken van een aanvalsoorlog . Het beoogde resultaat, namelijk het volledig illegaal maken van oorlog, werd echter niet behaald, maar het verdrag was wel een voorloper voor soortgelijke bepalingen in het Handvest van de Verenigde Naties[14].

In 1927 bracht Coolidge zijn vakantie door in de Black Hills van South Dakota, waar hij van het Custer State Park zijn "buitenverblijf-versie" van het Witte Huis maakte (je moet toch wat als je verder bijna niets doet). Het was tijdens zijn vakantie dat hij aankondigde niet te zullen deelnemen aan de volgende presidentsverkiezingen van 1928. Hij had zich perfect kandidaat kunnen stellen, aangezien er geen grondwettelijke beperking was op het aantal presidentstermijnen (tot de invoering van de 22nd amendment in 1951). Coolidge beweerde echter dat, indien hij opnieuw voor een termijn verkozen zou worden, hij meer dan tien jaar in het Witte Huis zou hebben doorgebracht, wat langer zou zijn dan eender welke president voordien - en volgens hem hoe dan ook veel te lang[15]. Tijdens de verkiezingen van 1928 stelde Herbert Hoover zich kandidaat voor de Republikeinse partij, en werd hij verkozen als opvolger van Coolidge.

HoaxesEdit

Calvin Jr, de jongste zoon van Calvin Coolidge, stierf door een giftige verfstof in zijn zwarte kousen[16].

Zie ookEdit

Bronnen Edit

Referenties Edit

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki