Wikia

HoaxWiki

Realiteit

320pages on
this wiki
Add New Page
Talk0 Share

Realiteit, of werkelijkheid, is een totaalverzameling van feiten en waarheden waar we het in principe allemaal over mee zouden moeten zijn. In de realiteit is de realiteit jammer genoeg echter veel ingewikkelder. Elk van ons bouwt immers een "realiteit" op in onze eigen gedachten, een soort van "virtuele wereld" of "simulatie", maar dan eentje die we zelf creëren. Onze eigen perceptie van de realiteit wordt gevoed door onze eigen perspectieven, ervaringen en omgeving. 

De "realiteit" die ergens daarbuiten bestaat, is helemaal niet hetzelfde als datgene dat wij ervaren met onze zintuigen. Onze interpretatie van die waarnemingen is louter een poging om de zogenaamde "input" van onze zintuigen beter te begrijpen, en dit in het kader van voorgaande ervaringen (en onze interpretatie van die voorgaande ervaringen). Onze percepties zijn echter niet de meest accurate hulpmiddelen om een zicht te krijgen op de daadwerkelijke realiteit; we zijn immers onderhavig aan verschillende vormen van vooringenomenheid[1]

Psychologische perceptieEdit

"Your focus determines your reality" - Qui-Gon Jinn[2]

Onze perceptie van de realiteit, in de context van het constructivisme, kan worden beschouwd als het schema van een hypothese die probeert te verklaren hoe de wereld zich gedraagt en in elkaar zit. Terwijl dit schema wordt uitgetekend, dient er zich allerhande bewijs aan dat wordt verzameld. Als dit bewijs in de theorie past, wordt het in onze perceptie van de realiteit "geassimileerd", waardoor het mogelijk is dit te "begrijpen" binnen de context van het schema. Indien er zich bewijs aandient dat de theorie tegenspreekt, kan dit worden genegeerd of beschouwd als irrelevant.

Af en toe weegt het aangediende bewijs echter zo zwaar door, dat het niet langer kan worden genegeerd. Op dat moment is het nodig om het schema te herbekijken, en indien nodig te hertekenen - het dient te worden veranderd om een plaats te bieden voor het nieuwe bewijs. Op dat moment spreken we van een paradigmaverschuiving: we worden geconfronteerd met een dramatisch ander beeld van hoe de werkelijkheid in elkaar zit dan waar we tot dan toe van overtuigd waren. Oude ideeën voldoen niet langer om de wereld te verklaren zoals we die waarnemen, en we hebben nood aan een nieuwe kijk, of een nieuwe constructie van onze perceptie van de realiteit. 

Terwijl we onze eigen realiteit construeren, maken we van moment op moment steeds nieuwe veronderstellingen, en vormen we voorzichtig nieuwe hypothesen over de werkelijkheid daarbuiten. Die hypothesen testen we dan uit door onze ideeën te bekijken, te porren en uit te dagen. Bedenk bijvoorbeeld dat je tijdens een donkere nacht over straat loopt, en in de verte zie je vaag enkele vormen of gestalten op het voetpad. Terwijl je er naartoe wandelt, weet je nog niet of wat je hebt gezien een bundel vodden is, of een hond die van plan is je te bespringen, of een zwerver die in de goot ligt. Het feit dat je bij voorbaat niet in overweging neemt dat die vorm misschien een monster met drie tenen is of een reuzenbaby gemaakt van gelei, toont aan dat je een aantal zaken al hebt uitgesloten omdat je ervan overtuigd bent dat het dat al zeker niet kan zijn.

Om een definitief besluit te kunnen maken van wat de gestalte uiteindelijk precies is, moet er iets veranderen aan de situatie van dat moment - en in de meeste gevallen zijn wij degene die deze verandering zelf moeten doorvoeren. In dit voorbeeld moeten we dichterbij gaan naar de gestalte, of er een licht op schijnen. Misschien moeten we het zelfs aanraken om zekerheid te krijgen. Dit zijn de acties die ons quasi-experimentele informatie bezorgen, waardoor we een keuze kunnen maken tussen een aantal verschillende hypotheses van wat de gestalte uiteindelijk is. In al die tijd is het feitelijke object, dat we hadden waargenomen als een vorm of gestalte, geenszins veranderd op zich - enkel onze perceptie ervan onderging een proces waarin het trachtte te beslissen wat het wel en niet is, gebaseerd op onze waarnemingen[3].

De wetenschappelijke methodeEdit

"De realiteit is datgene wat niet vanzelf weg gaat, zelfs als we ophouden met erin te geloven"[4]

We kunnen trachten de realiteit zo goed mogelijk waar te nemen en te begrijpen met onze eigen zintuigen, maar dit is niet altijd even eenvoudig als het lijkt. Om het volledige concept van de realiteit te begrijpen zouden we een compleet zicht moeten hebben op, en begrip hebben van, alles dat zich bevindt en afspeelt in de wereld en het hele universum. Dit is in de realiteit onmogelijk, en is een aspect dat theologisch aan een godheid wordt toegewezen maar niet haalbaar is voor een menselijk wezen. We kunnen nooit een volledig zicht hebben op de realiteit, we kunnen enkel bepaalde versies van de realiteit waarnemen in functie van onze eigen zintuigelijke indrukken en de manier waarop ons brein dit verwerkt[5]

Dit betekent niet dat we bij voorbaat verlost zijn van de zoektocht naar de realiteit en naar feiten die zich in de werkelijkheid bevinden ongeacht onze eigen, subjectieve waarnemingen. Om onze perceptie van de realiteit beter te kunnen afstemmen op de daadwerkelijke realiteit, dienen we gebruik te maken van de "wetenschappelijke methode". Die bestaat eruit dat we herhaaldelijk moeten observeren, een hypothese vormen, en die hypothese uittesten. Mensen, wetenschappers inclusief, zijn van nature nu eenmaal irrationele wezens, en de wetenschappelijke methode helpt hen in het vermijden van vooringenomenheid om zo een relatief goed niveau van objectiviteit te bekomen. De wetenschappelijke methode is geen perfect instrument, maar het is wel de beste methode die er momenteel bestaat om onze kennis over de fysieke wereld te vergroten. Het heeft alleszins een grote vooruitgang gebracht op gebied van technologie, wetenschap en geneeskunde in de Westerse wereld[6].

Hoewel de wetenschappelijke methode veel complexer is dan een eenvoudig linear proces, kunnen we een vereenvoudigde samenvatting van de verschillende stappen als volgt opsommen:

  1. Observeren: kijk naar de wereld om je heen, en merk een vreemde observatie op. Of om het te zeggen met de woorden van Isaac Asimov[7]: De meest opwindende zin in wetenschap, de zin die nieuwe ontdekkingen inluidt is niet "Eureka!" maar "Da's grappig..."
  2. Maak een hypothese: Probeer een verklaring te vinden en te formuleren.
  3. Voorspellen: Het belangrijkste onderdeel van een hypothese is het maken van een voorspelling die nog moet worden geobserveerd. De voorspelling moet falsifieerbaar zijn, m.a.w. de hypothese dient open te staan voor weerleggingspogingen. Nog voor de aanvang van een experiment moet men exact kunnen aangeven bij welke uitkomst er voldoende aanleiding is om de geldigheid van de theorie te verwerpen. Tenslotte moet de voorspelling ook specifiek zijn, en mag niet openstaan voor interpretatie wanneer het experiment begonnen is; zoniet is het enige wat je aan het testen bent je vermogen om je foute theorie te herinterpreteren.
  4. Experimenteer, of test de voorspelling: Vergelijk de voorspelling met het nieuw empirisch bewijs. Deze stap is de reden waarom een hypothese of theorie falsifieerbaar moet zijn: als er niets is om te falsifiëren is het experiment zinloos, aangezien het je niets nieuw te vertellen heeft. Informatie dat het experiment oplevert kan mogelijk de hypothese weerleggen, waardoor die kan worden verfijnd in een betere hypothese.
  5. Reproduceer: zorg ervoor dat je zeker bent dat het resultaat een ware reflectie is van de realiteit door het met andere te verifiëren.

Het mag op het eerste zicht misschien een veel te omslachtige methode zijn, met schijnbaar overbodige stappen, maar toch is het belangrijk dat je hypothese falsifieerbaar is. Het voorkomt dat je een experiment of onderzoek zodanig zou uitvoeren dat het vanzelfsprekend het voor jou gewenste resultaat oplevert. Het is bijgevolg de bedoeling om daadwerkelijk te zoeken naar manieren waarop je je hypothese of theorie kan weerleggen, oftewel het ondernemen van een oprechte poging om je eigen ongelijk te bewijzen. Zelfs als je hypothese dit alles heeft overleefd, moet het nog steeds onderhavig zijn aan de nodige dosis skepticisme. Een hypothese kan immers pas worden beschouwd als een "theorie" indien er voldoende bewijs is geleverd en andere wetenschappers de kans hebben gehad om de hypothese te weerleggen. 

De wetenschappelijke methode tracht vooringenomenheid te vermijden d.m.v. het uitgebreid testen van een hypothese en het reproduceren van de resultaten. Zo kan een farmaceutische samenstelling veilig en effectief lijken in onderzoeken die op korte termijn werden uitgevoerd, maar later toch inefficiënt of onveilig blijken in onderzoeken uitgevoerd op lange termijn. Vooringenomenheid kan onmogelijk volledig worden verwijderd omdat een wetenschappelijk onderzoek steeds wordt verricht door mensen, en mensen niet onfeilbaar zijn. Toch zijn er verschillende methoden waarmee vooringenomenheid tot een absoluut minimum kan worden herleid, afhankelijk van het vakgebied waarin wordt gewerkt[8]:

  • Opteren voor een falsifieerbare hypothese
  • Gebruik maken van een controlegroep
  • Gebruik maken van dubbelblind-onderzoeken en randomisering (vooral in medisch onderzoek)
  • Je onderzoek indienen voor "peer review"
  • De informatie beschikbaar maken voor anderen
  • Je voormalige resultaten reproduceren

In de praktijkEdit

Het spreekwoord luidt "meten is weten": meetbare resultaten leveren je een beter zicht op de realiteit. In de praktijk is dat helaas niet altijd even eenvoudig, en verschillende zaken zijn nu eenmaal niet exact meetbaar. Neem bijvoorbeeld een pijnstiller: hoe meet je of die al dan niet heeft gewerkt, en in welke mate? Onderzoeken van zulke aard maken vaak gebruik van twee groepen: de eerste groep van objecten (of mensen) is degene waar een onderzoek of experiment op wordt uitgevoerd. De tweede groep is een "controlegroep" die statistisch vergelijkbaar is met de eerste groep, maar zonder dat hier dezelfde onderzoeksprocedure op wordt uitgevoerd. Dit staat de onderzoeker toe om een vergelijk te maken tussen de resultaten van de twee groepen, en zodoende statistische ruis of andere ongerelateerde resultaten uit te sluiten. Hierdoor kan je ervoor zorgen dat de geobserveerde resultaten statistisch gerelateerd zijn aan het experiment. Het hangt natuurlijk wel af van de aard van het onderzoek, of deze methode al dan niet toepasbaar is; het zijn vooral onderzoeken van medische aard waarin gebruik wordt gemaakt van een "controlegroep"[9]. Zelfs in de Bijbel wordt verwezen naar een onderzoek met een controlegroep[10].

Stel dat je een nieuw medicijn hebt ontwikkeld tegen een bepaalde ziekte, en je wil uittesten of die effectief werkt. Je kan het medicijn dan aan enkele personen met die ziekte geven, afwachten, en als ze na afzienbare tijd beter of genezen zijn kan je verklaren dat je medicijn werkt. Helaas is de realiteit echter niet zo eenvoudig: mensen kunnen misschien ook uit zichzelf, of om een andere reden, beter worden of genezen. Om die reden is de controlegroep van groot belang: als er in de eerste groep (die het medicijn heeft toegediend gekregen) slechts 5 van de 10 genezen, en in de tweede groep (de controlegroep, die het medicijn niet heeft gekregen) ook, is de kans groot dat de 5 mensen van de eerste groep om andere redenen zijn genezen en dat je medicijn geen verschil heeft uitgemaakt. Anderzijds weet je dat, als 8 mensen van de 10 in de eerste groep werden genezen en in de tweede groep slechts 2, dat je medicijn werkzaam is bij zo'n 6 op 10 mensen werkzaam is (waarna je dan natuurlijk weer verdere statistische vergelijkingen moet maken om te achterhalen wat de verschillen zijn in de omstandigheden van die 6 tegenover de overige 4).

Wanneer het gaat om een medisch onderzoek is het echter onvoldoende om een experimenteel medicijn toe te dienen aan de eerste groep terwijl je helemaal niets toedient aan de tweede groep. Om juiste, realistische en statistisch relevante resultaten te bekomen, moet je immers ook nog eens rekening houden met het zogenaamde placebo-effect. Dit is een psychosomatisch fenomeen waarbij de symptomen van een ziekte of aandoening afnemen (of zelfs lijken te genezen) enkel en alleen omdat de patiënt gelooft dat hij een medicijn neemt dat hem zal helpen[11]. Een positieve gedachtengang, de vermindering van stress, en het verwachtingspatroon van de patiënt kunnen hier allemaal een invloed hebben, waardoor het lichaam endorfines vrijgeeft[12]. Dit betekent niet vanzelfsprekend dat de patiënt ook daadwerkelijk genezen is, of dat zijn genezing het gevolg van het placebo-effect en/of een medische behandeling is. Het is tevens mogelijk dat iemand een "nocebo"-effect ervaart, waarbij het geloof in negatieve bijwerkingen van een medicijn de symptomen van zulke bijwerkingen veroorzaakt[13][14] - hoogstwaarschijnlijk is het nocebo-effect ook het gevolg van "magische vloeken" op goedgelovige mensen. 

Het is belangrijk om rekening te houden met het placebo-effect in medische onderzoeken, alleen al omdat het ethisch niet verantwoord is een placebo voor te schrijven voor een aandoening of ziekte waarvoor een effectief medicijn bestaat. Om die reden wordt de zogenaamde "controlegroep" een placebo toegediend, oftewel een schijnbaar identiek medicijn maar dan zonder het actieve bestanddeel. Onderzoeken met placebo's zijn echter enkel voldoende effectief indien ze gebruik maken van de zogenaamde "dubbelblind-methode". Dit betekent, in de eerste instantie, dat de patiënt niet weet of hij het echte medicijn of slechts een placebo krijgt toegediend, waardoor die kennis hem ook niet psychologisch kan beïnvloeden (al zijn er gevallen bekend waarbij de patiënt wist dat hij een placebo kreeg, en toch een placebo-effect ervaarde, wat erop wijst dat het placebo-effect werkt zolang je gelooft dat het placebo-effect zal werken[15]). Indien het gaat om een nieuw medicijn dat naar verwachting beter moet werken dan een oud, bestaand medicijn, is het mogelijk dat de controlegroep het oude medicijn krijgt toegediend als placebo. 

Het is eveneens belangrijk om rekening te houden met het placebo-effect bij baby's en dieren. Hoewel zij niet kunnen praten om zelf hun ervaringen te communiceren, is de kans op een placebo-effect in dit geval groot bij de persoon die de placebo toedient (bv. ouders van de baby, eigenaar van het huisdier) en de effecten onbewust subjectief registreert. Om die reden zullen eigenaars van honden en katten beweren dat homeopathische middelen werken bij hun huisdier, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval is[16][17]. Ook andere factoren, zoals de prijs van een medicijn[18][19], de verpakking van een medicijn[20] of de mehode van toediening (bv. injecties i.p.v. pillen, twee pillen i.p.v. één pil) kunnen een belangrijke rol spelen. Enkel indien de resultaten van de eerste groep beduidend beter zijn dan die van de controlegroep, die een placebo toegediend kreeg, kan de werkzaamheid van een geneesmiddel als effectief worden beschouwd. 

De behandelende arts kan het placebo-effect eveneens beïnvloeden, afhankelijk van of hij al dan niet zelf gelooft in het medicijn dat hij voorschrijft, zelfs al vertelt hij de patiënt dat hij overtuigd is van diens werking. Dat is de reden waarom we spreken van een dubbelblind-onderzoek: niet enkel de patiënt maar ook de behandelende arts dient te worden "geblindeerd", zodat geen van beide weet of er op dat moment een placebo of echt medicijn wordt toegediend. De dubbelblind-methode hoeft trouwens niet beperkt te blijven tot medische onderzoeken, maar kan ook gebruikt worden in peer review-publicaties. In dat geval weet de recensent niet op voorhand wie de publicatie geschreven heeft, en weet de auteur van het artikel niet wie de review geschreven heeft[21].

In de geneeskunde kan men echter nog een stap verder gaan, met de methode genaamd "gerandomiseerd onderzoek met controlegroep" (Randomized Controlled Trial of RCT). Dit is in principe hetzelfde als een dubbelblind-onderzoek met controlegroep, maar de keuze van deelnemers per groep gebeurt geheel willekeurig. Dit heeft als doel het verwijderen van vooringenomenheid bij artsen, opdat ze (bewust of onbewust) hun patiënten niet in een bepaalde groep zouden plaatsen gebaseerd op hun kennis van de medische voorgeschiedenis van de desbetreffende patiënt. Zo kan eveneens worden voorkomen dat de onderzoeker een patiënt specifiek in de eerste groep plaatst als hij denkt dat die goed zal reageren op het experiment, en een andere patiënt in de controlegroep plaatst als hij denkt dat die niet zal reageren op het experiment[22]

PseudowetenschapEdit

In de pseudowetenschap worden meestal enkel de eerste twee stappen van de wetenschappelijke methode uitgevoerd, en de overige drie genegeerd. Zij observeren de wereld en formuleren vervolgens een verklaring, maar zijn zelden bereid die hypothese grondig uit te testen. In de praktijk gaan wetenschappers vaak als volgt te werk:

  1. Kies een persoonlijk geloof waarvan je reeds vooraf "weet" (overtuigd bent) dat het "waar" is.
  2. Voer enkele gerelateerde observaties en experimenten uit en noteer de resultaten.
  3. Creëer een hypothese waarmee je de resultaten probeert in te passen in je persoonlijke geloofsovertuiging.
  4. Beweer dat je persoonlijk geloof dit specifiek resultaat voorspeld heeft, en dat de observatie of het experiment dit heeft bevestigd.

Voor iemand die niet thuis is in de juiste werking van de wetenschappelijke methode, of in de talloze drogredenen, kan dit alles erg "wetenschappelijk" klinken en legitiem lijken. In werkelijkheid is dit een flagrante verdraaiing van de echte wetenschappelijke methode. De resultaten van een pseudowetenschappelijk onderzoeken blijven dus slechts beperkt tot een interpretatie van de realiteit, zonder dat die wordt getoetst aan de daadwerkelijke realiteit.

Pseudowetenschappers houden veelal vast aan het geloof van hun (onbewezen) verklaring, en zullen bij voorbaat niet bereid zijn dit geloof in vraag te stellen. Dat is de reden waarom ze niet geneigd zijn gebruik te maken van gerandomiseerde dubbelblind-onderzoeken, omdat die telkens opnieuw aantonen dat alternatieve geneeskunde niet effectief is. Indien de effectiviteit ervan wel wordt aangetoond, is het immers niet langer "alternatief" maar eenvoudigweg "geneeskunde". Pseudowetenschappers halen vaak argumenten aan zoals "er is meer in het leven dan enkel bewijs" of "hier kan geen exacte placebo voor worden gecreëerd"[23]. Dat laatste argument wordt vooral gebruikt in de homeopathie, waar het vermeende medicijn zodanig individueel zou zijn dat er geen placebo voor kan bestaan[24] (wat natuurlijk onzin is: je kan op het laatste moment nog steeds het homeopathisch medicijn al dan niet vervangen door een placebo). 

Zelfs indien pseudowetenschappers hun hypothese dan toch aan een test onderwerpen, is de uitvoering ervan of de interpretatie van de resultaten zodanig subjectief en vooringenomen dat het geen enkele wetenschappelijke waarde heeft. De interpretatie werd immers niet op een effectieve wijze getoetst aan de realiteit. Om die reden zullen ze ook niet openstaan voor de falsifieerbaarheid van hun hypothese: ze hebben geen interesse om expliciete testen uit te voeren met de bedoeling om hun hypothese te weerleggen, en indien dat toch het geval is zullen ze de resultaten subjectief in hun voordeel interpreteren. In een aantal gevallen is een hypothese niet falsifieerbaar, zoals het geloof in het bestaan van een god, waardoor de hypothese dus sowieso niet wetenschappelijk kan worden genoemd.

Logica en rationaliteitEdit

Mensen zijn en blijven mensen, en denken van nature niet na op een wetenschappelijke manier. Deze denkwijze dient als dusdanig te worden aangeleerd, en zelfs dan kan men makkelijk terug wegslippen. Een goed startpunt om een betere vat te krijgen op de realiteit is het practiseren van een logisch en rationeel denkpatroon. Hierbij dient rekening te worden gehouden met cognitieve bias (cognitieve vooringenomenheid) en drogredenen.

Cognitieve biasEdit

Een cognitieve bias of vooringenomenheid is een irrationele, foutieve en bevooroordeelde gedachtengang, wat leidt tot conclusies over andere mensen of situaties die op een onlogische manier werden getrokken. Hierdoor creëert het individu zijn eigen "subjectieve sociale realiteit" die is gebaseerd op enkel zijn eigen waarnemingen. Dit veroorzaakt een vertekend beeld, bevooroordeling, verkeerde interpraties, of irrationaliteit in het algemeen. Om een beter begrip te krijgen van de ware realiteit, is het belangrijk om cognitieve bias bij zichzelf op te sporen, te herkennen, en vervolgens te vermijden.

Volgende voorbeelden betreffen een cognitieve bias omtrent besluitvorming, geloof en gedrag:

  • Antropomorfisme, waarbij menselijke eigenschappen, emoties en intenties worden toegeschreven aan niet-menselijke of zelfs fictieve wezens zoals dieren, planten, goden, en ook aan objecten[25].
  • Het backfire-effect, waarbij de confrontatie met een welbepaald bewijs dat je overtuiging weerlegt resulteert in het verwerpen van dit bewijs en het aansterken van je oorspronkelijke geloof of overtuiging[26][27][28] (dit effect kan vooral worden geobserveerd wanneer men een complotdenker of iemand met een sterke religieuze overtuiging probeert te confronteren met bewijs of logische argumenten dat hun overtuiging weerlegt).
  • Het bandwagon-effect, waarbij je de neiging hebt om iets te doen of te geloven omdat een grote groep mensen dit ook doet of gelooft. Dit komt sterk tot uiting in het consumentengedrag: een "populair" kledingmerk zal meer verkocht worden enkel en alleen omdat het op dat moment door veel andere mensen ook gedragen wordt[29].
  • Beschikbaarheidsheuristiek, waarbij je het belang overschat van herinneringen die meer toegankelijk zijn; iets wat je je beter kan herinneren wordt aldus sneller overwogen dan eventuele recentere gegevens[30].
  • Bevestigingsvooroordeel of confirmation bias, waarbij je je vooroordeel in stand probeert te houden door specifiek te zoeken naar of te focussen op informatie die dat vooroordeel in stand houdt. Eveneens onderdeel hiervan is het interpreteren of herinneren van informatie in het voordeel van je preconceptie[31].
  • Een blinde plek op vooringenomenheid (bias blind spot), waarbij je jezelf beschouwt als minder vooringenomen dan anderen, of meer vooringenomenheid identificieert bij anderen dan bij jezelf[32][33].
  • Het cheerleader-effect, waarbij je een ander persoon meer aantrekkelijk vindt in een groep dan alleen[34][35][36].
  • De clustering-illusion, waarbij je kleine details of willekeurige informatie meer waarde toeschrijft dan nodig. Dit heeft als gevolg dat je schijnbaar patronen herkent waar die in werkelijkheid niet zijn[37]. Dit wordt rijkelijk toegepast in complottheorieën omtrent de Illuminati en New World Order, alsook in pseudowetenschap zoals Leylijnen en numerologie. Aanverwant is het verschijnsel van pareidolia, het opmerken van schijnbaar herkenbare vormen zoals het gezicht op Mars.
  • Conservatisme of conservatief vooroordeel, waarbij je een conservatieve houding aanneemt en je overtuiging onvoldoende (of niet snel genoeg) bijstelt wanneer je wordt geconfronteerd met nieuw bewijsmateriaal[38][39][40].
  • De denkbeeldige samenhang of illusory correlation, waarbij een verband tussen twee variabelen (mensen, gedragingen, gebeurtenissen, ...) wordt verondersteld terwijl zulk verband onbestaande is[41][42][43][44]. Dit zorgt ervoor dat het geloof in stereotypes in stand gehouden wordt, en is ook geregeld een factor in complottheorieën[45][46].
  • Het Dunning-Krugereffect, waarbij incompetente mensen hun eigen kennis overschatten omdat ze, net omwille van hun incompetentie, het vermogen missen in te zien dat hun keuzes en beslissingen mogelijk verkeerd zijn. Anderzijds verwijst het ook naar competente mensen die hun eigen competentie onderschatten, mogelijk als een gevolg van intellectueel zelfvertrouwen of omdat ze anderen als even competent beschouwen (waardoor ze anderen dus net te hoog inschatten)[47][48][49]. Dit wordt ook verwoord door de filosoof Bertrand Russell als volgt: "in de wereld van vandaag lopen de domme mensen over van zelfzekerheid, terwijl de slimme mensen één en al twijfel zijn".
  • Het Forer-effect of Barnum-effect, waarbij je de neiging hebt om vage en algemeen geldende uitspraken over de eigen persoon te beschouwen als een accurate, gepersonaliseerde en typerende omschrijving van zichzelf[50][51]. In de astrologie wordt veel gebruik gemaakt van dit effect om mensen te misleiden en te doen betalen voor astrologische "readings". Test jezelf met deze link.
  • De frequentie-illusie of het Baader-Meinhoffenomeen, waarbij een woord, naam, voorwerp of iets anders dat je recent hebt opgemerkt kort nadien plots onwaarschijnlijk vaak voorkomt. Wanneer je bijvoorbeeld voor het eerst een bepaald model van auto opmerkt, ga je nadien plots overal datzelfde model op de openbare weg beginnen opmerken, alsof die pas dan plots geregeld beginnen rondrijden[52].
  • De hindsight bias, waarbij je de neiging hebt om gebeurtenissen in het verleden te beschouwen als voorspelbaar op het moment dat ze plaatsvonden. Dit wordt getypeerd door een reactie in de aard van "ik heb het altijd al geweten", hoewel er geen objectieve basis is geweest om dit effectief vooraf te voorspellen[53][54][55].
  • Het identificeerbaar slachtoffer-effect of identifiable victim effect, waarbij je de neiging hebt om feller te reageren op de situatie van één specifiek slachtoffer dan op een grote, vaag geïdentificeerde groep slachtoffers met dezelfde noden[56][57]. Zo zal er meer aandacht en hulp geschonken worden indien één persoon dakloos is geworden nadat zijn huis is afgebrand, dan aan duizend mensen wiens huizen eveneens zijn afgebrand. Dit effect kan worden uitgedrukt in het citaat: "één enkele dood is een tragedie, een miljoen doden is een statistisch gegeven"[58].
  • Het IKEA-effect, waarbij je de neiging hebt om een object als meer waardevol te beschouwen omdat je het zelf (gedeeltelijk) in elkaar hebt gestoken, ongeacht de kwaliteit van het eindresultaat[59].
  • De kennisvloek of de curse of knowledge, waarbij iemand die beter geïnformeerd is moeilijkheden ervaart om een welbepaald probleem te beschouwen vanuit het standpunt van iemand die minder goed geïnformeerd is[60].
  • Het negativiteitseffect, waarbij je de neiging hebt om, wanneer je het gedrag evalueert van iemand die je niet leuk vindt, het positieve gedrag toe te schrijven aan omstandigheidsfactoren en het negatieve gedrag aan de aard van de persoon[61][62].
  • Omission bias, waarbij men de neiging heeft om een schadelijke daad te beschouwen als erger dan een even schadelijk verzuim. "Niets doen" is ook iets doen, en kan even schadelijke gevolgen hebben, ook al lijkt een actieve daad meer evident dan een passieve daad[63][64][65].
  • Pareidolia, waarbij men de neiging heeft om patronen, vormen of bekende objecten te herkennen in een vage of willekeurige waarneming, zoals in het geval van het "mannetje in de maan", het gezicht op Mars, of in meer extreme vorm het zien van vermeende "visioenen" of "geesten"[66].
  • Het referentie-effect of anchoring effect, waarbij je je beslissing sterk baseert op slechts één aspect van informatie (meestal de eerste informatie die we over een bepaald onderwerp vernemen) en dus in feite op een niet-relevant referentiekader[67].

Volgende voorbeelden bevatten een cognitieve bias omtrent geheugen en herinneringen:

  • Bronverwarring of source confusion, waarbij je bepaalde herinneringen verwart met andere informatie en de herinnering toeschrijft aan een foute bron[68][69]. Zo beweerde Amerikaans president Ronald Reagan dat hij een heldhaftige piloot ooit persoonlijk had beloond met een medaille, terwijl hij dit niet effectief gedaan heeft en de herinnering eraan werd beïnvloed door de film "Wing and a Prayer" - hij citeerde zelfs de woorden van de piloot, hoewel dit citaat letterlijk uit de film afkomstig was[70].
  • Cryptomnesie of cryptomnesia, waarbij een vergeten herinnering terug naar boven komt maar niet als dusdanig door jezelf wordt herkend, waardoor je denkt dat het slechts je verbeelding of fantasie is. Vaak gaat het hierbij om een gedachte, idee, een liedje of een grap, waarvan je denkt dat je het zelf verzonnen hebt omdat je je niet meer herinnert dit elders reeds te hebben gehoord, gezien of gelezen (een vorm van onbedoelde plagiaat)[71][72][73][74].
  • Het denkbeeldig waarheidseffect of illusory truth effect, waarbij je de neiging hebt een bewering makkelijker te geloven omdat je er meer vertrouwd mee bent of het al vaker hebt gehoord, ongeacht of de bewering waarheid bevat of niet. 
  • Het Google-effect of digitaal geheugenverlies (digital amnesia), waarbij je de neiging hebt om informatie makkelijker te vergeten wanneer die eenvoudig terug te vinden is op het internet (zoals bv. via de zoekmachine van Google)[75][76][77].
  • Rooskleurige retrospectie of rosy retrospection, waarbij je de neiging hebt om een gebeurtenis uit het verleden te herinneren als meer positief dan wat het in werkelijkheid was. 
  • Suggestibiliteit of suggestibility, waarbij een idee dat door iemand anders wordt gesuggereerd wordt verward met een herinnering, en als dusdanig wordt beschouwd alsof het een echte herinnering is[78][79].
  • Valse herinnering of false memory, waarbij je denkt je iets te herinneren dat in feite nooit gebeurd is[80]. Dit kan spontaan optreden, maar ook opzettelijk via manipulatieve technieken[81].

Vooroordelen in allerhande vormen komen geregeld voor in het dagelijkse leven en beïnvloeden ons besluitvormingsproces en onze perceptie van de realiteit. Het vermijden van zulke vormen van vooringenomenheid, ook "debiasing" genaamd, kan worden aangeleerd en toegepast in het besluitvormingsproces. Een persoon kan leren om betere strategieën te ontwerpen waarmee beslissingen en oordelen kunnen worden gevormd[82]. Mensen die minder vooroordelen in hun beslissingen toelaten hebben veelal een betere sociale omgeving, lopen minder risico om afhankelijk te worden van alcohol en drugs, en kunnen beter problemen oplossen[83]

DrogredenenEdit

Zie hoofdartikel: Drogreden

Het menselijk denkpatroon is makkelijk onderhavig aan drogredenen of schijnredenen, bewuste of onbewuste denkfouten die op het eerste zicht logisch lijken maar dat in feite helemaal niet zijn. Hieronder een aantal prominente voorbeelden:

  • Anekdotisch bewijs: het argument luidt dat iets waar is, omdat een triviale gebeurtenis of persoonlijke ervaring dit lijkt te bevestigen. Anekdotes zijn echter te triviaal, en vaak niet op (volledige) waarheid berust, waardoor het op zich niet in aanmerking komt als bewijs voor een stelling of argument. Voorbeeld: Global warming bestaat niet, want het was vandaag erg koud hier!
  • Cherry picking: Er wordt slechts een selectie van argumenten of bewijsmateriaal aangevoerd om tot een conclusie te komen, en een belangrijk aandeel aan bijkomende argumenten wordt genegeerd omdat hun invloed zou leiden tot een andere conclusie die niet gewenst is door de spreker[84]. Cherry picking is aldus het gevolg van vooringenomenheid, waarbij iemand enkel die argumenten aanhaalt die in zijn voordeel zijn om een bepaalde conclusie te bekomen die in feite niet representatief is.
  • Vals dilemma: het argument waarbij twee alternatieven worden voorgesteld als de enige mogelijkheden, terwijl er in werkelijkheid ook nog andere zijn die worden genegeerd[85]. Het tegenargument is dat er ook nog andere opties zijn die niet uitgesloten hoeven te worden. Voorbeeld: Wie met Mij niet is, die is tegen Mij (Lukas 11:23)
  • Cum hoc ergo propter hoc: het argument "correlatie impliceert geen oorzakelijkheid" of "willekeurige correlatie" verwijst naar de drogreden waarbij twee gebeurtenissen die samen optreden worden voorgesteld als oorzaak en gevolg[86]. Het verband tussen de twee gebeurtenissen wordt dan verkeerdelijk voorgesteld als een oorzakelijk of causaal verband. Voorbeeld: De opwarming van de aarde is in de voorbije eeuw sterk toegenomen. Het aantal piraten op zee is in de voorbije eeuw sterk afgenomen. De afwezigheid van piraten op zee is dus de oorzaak van de opwarming van de aarde.
  • Post hoc ergo propter hoc: het argument verwijst naar de drogreden waarbij twee gebeurtenissen die na elkaar optreden worden voorgesteld als oorzaak en gevolg[87]. Het verband tussen de twee gebeurtenissen wordt dan verkeerdelijk voorgesteld als een oorzakelijk of causaal verband. Voorbeeld: Een haan begint altijd te kraaien vlak voor de zon opkomt. Dus komt de zon op als het gevolg van de haan die kraait.
  • Hellend vlak: het argument is een poging om aan te tonen dat situatie A onherroepelijk zal leiden tot situatie B[88]. Op zich is dit een logische redenering, op voorwaarde dat er een aantoonbaar causaal verband is tussen situaties A en B. Wanneer dat niet het geval blijkt te zijn, gaat het om een drogreden waarbij de gevolgen van situatie A schromelijk worden overdreven.  Zelfs al is de gevolgtrekking in theorie misschien mogelijk, biedt het argument geen geldige reden waarom het hypothetisch gevolg zou plaatsvinden. Voorbeeld: Als we het homohuwelijk legaliseren, zal dit uiteindelijk leiden tot het legaliseren van huwelijken tussen mens en dier.
  • Verschuiven van de bewijslast: de spreker tracht zijn weerlegde argumenten opnieuw te legitimeren door iets onopgemerkt te wijzigen aan de oorspronkelijke stelling. Deze techniek heet ook "de doelpalen verplaatsen" ("moving the goalposts"). Voorbeeld: Persoon A beweert dat de maanlanding nooit heeft plaatsgevonden, omdat er op de foto's geen sterren op de achtergrond te zien zijn. Persoon B weerlegt dit met logische argumenten. Persoon A verschuift vervolgens het argument, door te zeggen: "hoe verklaar je dan dat de Amerikaanse vlag aan het wapperen was, als er geen atmosfeer is op de maan?" (op deze manier heeft persoon A kunnen voorkomen om op de weerlegging van het foto-argument in te moeten gaan)
  • Omkeren van de bewijslast: de spreker tracht te voorkomen dat hij zijn eigen stelling moet onderbouwen met bewijs, door de bewijslast te leggen bij de tegenstander. Voorbeeld: Aspartaam veroorzaakt kanker, en als je dat niet gelooft bewijs me dan maar eens het tegendeel!
  • Negatief bewijs: de spreker acht zijn stelling bewezen omdat er geen bewijs van het tegendeel bestaat. Hoewel het niet-bestaan van iets soms wel degelijk kan worden bewezen (al was het maar door logische redenering)[89], ligt de bewijslast in een argument steeds bij degene die beweert dat iets wél bestaat. Voorbeeld: Als je niet gelooft dat God bestaat, bewijs dan maar eens dat hij niet bestaat!
  • Argumentum ad antiquitatem (beroep op traditie/verleden): het argument luidt dat iets vanzelfsprekend beter is, omdat het ouder is[90]. Het betreft een vaak voorkomende menselijke neiging om iets superieur te achten omdat het ouder is, of omdat het altijd zo werd gedaan en altijd op die manier heeft gewerkt. Hoewel bepaalde dingen inderdaad reeds sinds lange tijd goed werken, waardoor er geen noodzaak is om er verandering in te brengen, is niet alles wat traditioneel is of tot het verleden behoort, vanzelfsprekend beter. Vroeger was slavernij immers een normale zaak, werden vrouwenrechten onderdrukt, en was aderlaten een veel voorkomend gebruik om ziektes te behandelen, maar geen van deze gevallen zijn beter dan de huidige alternatieven, waarbij slavernij verboden is, vrouwen meer rechten krijgen, en er effectieve medicijnen bestaan om iemand te genezen. Hoe oud iets is, is aldus een irrelevant criterium om te kunnen bepalen of iets beter is.
  • Argumentum ad naturam (beroep op natuur): het argument luidt dat iets dat "natuurlijk" is, vanzelfsprekend goed is, alsook beter of gezonder is dan iets dat "onnatuurlijk" is[91]. Dit wordt vaak gebruikt door pseudowetenschappers en kwakzalvers om hun doelgroep te overtuigen van de superioriteit van hun producten of methoden. Het logische tegenargument is dat de natuur meer schadelijke dan heilzame elementen kan bevatten voor mens en dier. Virussen zijn ook natuurlijk, maar niettemin schadelijk voor de gezondheid en in bepaalde gevallen zelfs dodelijk. Hoewel in bepaalde gevallen iets "natuurlijk" beter kan zijn dan iets "onnatuurlijk", is het natuurlijkheidsgehalte een irrelevant criterium om dit te kunnen bepalen.
  • Argumentum ad novitatem (beroep op moderniteit): het argument luidt dat een idee of een product vanzelfsprekend beter is, omdat het nieuw is[92]. Hoewel in bepaalde gevallen iets "nieuw" wel degelijk beter kan zijn dan iets "oud", is het nieuwheidsgehalte in verschillende gevallen een irrelevant criterium om dit te kunnen bepalen. Zo kan het wel zijn dat voeding beter is omdat het vers is, maar in het geval van suiker of zout maakt ouderdom geen verschil in kwaliteit.
  • Reductio ad Hitlerum (vergelijk met Hitler): het argument luidt dat, als iemand iets gemeenschappelijk heeft met Hitler, hij vanzelfsprekend ook de andere eigenschappen van Hitler bezit. Meer bekend is de Wet van Godwin, die bepaalt dat eenieder die een vergelijk maakt met Hitler of de Nazi's, de discussie verloren heeft omdat dit vergelijk in bijna alle gevallen disproportioneel is. Voorbeeld: Adolf Hitler was een vegetariër. Adolf Hitler was een fascist. Vegetariër zijn dus fascisten. (het vegetarisme heeft niets te maken met fascisme, en het feit dat Hitler toevallig een vegetariër was maakt niet dat andere vegetariërs ook fascisten zouden zijn)
  • Shill gambit: deze techniek wordt gebruikt om de argumenten van de tegenstander in een discussie te verwerpen op basis van een (onbewezen) belangenconflict[93]. Met de Engelse term "shill" wordt verwezen naar een persoon die dingen onderneemt om een welbepaald persoon of organisatie te helpen, zonder te openbaren dat dit de reden is. Het kan in bepaalde gevallen gegrond zijn dat belangenconflicten worden onderzocht om te bepalen of bv. fraude heeft plaatsgevonden. Niettemin is het geen logische reden om een argument te verwerpen enkel en alleen op basis van een belangenconflict dat al dan niet bewezen kan worden. Voorbeeld: dit medicijn wordt sterk aanbevoden door farmaceutici, maar de farmaceutische industrie is enkel op geld uit, dus is er niets van waar.
  • Valse analogie: een vergelijk tussen twee verschillende situaties die op zich niet vergelijkbaar zijn. De feiten van de ene situatie worden dan toegepast op een andere situatie, terwijl beide situaties zodanig verschillend zijn dat dezelfde logische conclusie niet voor beide kan worden toegepast[94]. Een gelijkenis tussen twee situaties in sommige aspecten betekent niet dat er ook een gelijkenis is in de andere aspecten, of dat de gelijkenissen sterker doorwegen dan de verschillen[95]. Voorbeeld: Het doden van dieren voor de vleesindustrie is vergelijkbaar met de manier waarop de Joden werden behandeld in Nazi-Duitsland of de meeste extremisten zijn Moslims, dus is Islam een religie die extremisme promoot.
  • Valse balans: dit verwijst naar een onjuiste verhouding, die voorkomt wanneer twee tegengestelde argumenten worden beschouwd als evenwaardig terwijl dit in realiteit niet het geval blijkt[96]. Het geeft vaak de foute indruk dat er twee verschillende versies zijn van de waarheid wanneer dit in realiteit niet zo is. Wanneer twee mensen in discussie gaan over wat te doen bij tandpijn, legt het argument om de tandarts te bellen immers meer gewicht in de schaal dan het tegenargument om de tand te verwijderen met een koordje dat aan de deur is vastgemaakt. Het argument om de evolutietheorie in het leerprogramma van scholen te steken, heeft ook meer gewicht dan het argument om creationisme aan te leren, omdat het eerste is gebaseerd op wetenschappelijk bewijs en het tweede niet.

Zie ookEdit

Bronnen Edit

Referenties Edit

  1. http://rationalwiki.org/wiki/Reality
  2. http://www.imdb.com/character/ch0000006/quotes
  3. http://rationalwiki.org/wiki/Reality
  4. https://en.wikiquote.org/wiki/Philip_K._Dick#.22How_To_Build_A_Universe_That_Doesn.27t_Fall_Apart_Two_Days_Later.22_.281978.29
  5. http://rationalwiki.org/wiki/Reality
  6. http://rationalwiki.org/wiki/Scientific_method
  7. http://nederlands.skepdic.com/skepcitaten.htm
  8. http://rationalwiki.org/wiki/Scientific_objectivity
  9. http://rationalwiki.org/wiki/Experimental_control
  10. Daniël 1:8-16 https://www.biblegateway.com/passage/?search=Daniel+1%3A8-16&version=NIV
  11. http://rationalwiki.org/wiki/Placebo_effect
  12. http://www.news-medical.net/news/2005/08/23/12661.aspx
  13. http://www.skepdic.com/nocebo.html
  14. https://www.newscientist.com/article/mg20227081.100-the-science-of-voodoo-when-mind-attacks-body/
  15. http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0015591
  16. https://www.sciencebasedmedicine.org/is-there-a-placebo-effect-for-animals/
  17. http://journals.lww.com/psychosomaticmedicine/pages/default.aspx
  18. http://www.scienceagogo.com/news/20080204181613data_trunc_sys.shtml
  19. http://jama.jamanetwork.com/article.aspx?articleid=181562
  20. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC1505530/
  21. http://rationalwiki.org/wiki/Double_blind
  22. http://rationalwiki.org/wiki/Randomized_controlled_trial
  23. http://rationalwiki.org/wiki/Randomized_controlled_trial
  24. http://www.ithinkwell.org/randomised-controlled-trials-homeopathy-in-the-uk-and-india/#sthash.f1fNP5Va.dpbs%7CRandomised
  25. http://www.livescience.com/6141-real-reason-dress-pets-people.html
  26. http://www.nifc.gov/PUBLICATIONS/acc_invest_march2010/speakers/4DebiasBackfires.pdf
  27. http://psycnet.apa.org/?&fa=main.doiLanding&doi=10.1037/0278-7393.28.3.497
  28. https://www.worldcat.org/title/journal-of-experimental-psychology-learning-memory-and-cognition/oclc/7949766
  29. https://books.google.be/books?id=82SruCvd69UC&pg=PT62&redir_esc=y#v=onepage&q&f=false
  30. http://psycnet.apa.org/?&fa=main.doiLanding&doi=10.1037/0022-3514.61.2.195
  31. https://www.worldcat.org/oclc/55124398
  32. http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0022103106000916
  33. https://www.worldcat.org/title/journal-of-experimental-social-psychology/oclc/1754583
  34. http://pss.sagepub.com/content/early/2013/10/25/0956797613497969
  35. http://pss.sagepub.com/content/25/1/230
  36. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24163333
  37. http://skepdic.com/clustering.html
  38. http://psycnet.apa.org/psycinfo/2011-27261-001
  39. http://www.martinhilbert.net/HilbertPsychBull.pdf
  40. http://psycnet.apa.org/journals/xge/85/1/66/
  41. http://science.sciencemag.org/content/185/4157/1124
  42. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17835457
  43. http://psycnet.apa.org/?&fa=main.doiLanding&doi=10.1037/0022-3514.60.1.24
  44. https://books.google.be/books?id=aI_fiKAJbHkC&pg=PA11&redir_esc=y#v=onepage&q&f=false
  45. http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.2044-8309.1990.tb00883.x/abstract
  46. https://books.google.be/books?id=DE-cJ8F4rSMC&pg=PA247&redir_esc=y#v=onepage&q&f=false
  47. http://psycnet.apa.org/?fa=main.doiLanding&doi=10.1037/0022-3514.77.6.1121
  48. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10626367
  49. http://psycnet.apa.org/?&fa=main.doiLanding&doi=10.1037/0022-3514.77.6.1121
  50. http://www.skepdic.com/forer.html
  51. http://www.scribd.com/doc/17378132/The-Fallacy-of-Personal-Validation-a-Classroom-Demonstration-of-Gullibility
  52. http://www.psmag.com/culture/theres-a-name-for-that-the-baader-meinhof-phenomenon-59670/
  53. http://pps.sagepub.com/content/7/5/411
  54. http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/09658210344000080
  55. https://www.worldcat.org/title/cognitive-illusions-a-handbook-on-fallacies-and-biases-in-thinking-judgement-and-memory/oclc/55124398
  56. http://pluto.mscc.huji.ac.il/~msiritov/KogutRitovIdentified.pdf
  57. http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/bdm.492/abstract
  58. http://quoteinvestigator.com/2010/05/21/death-statistic/
  59. http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1057740811000829
  60. https://dx.doi.org/10.1086%2F261651
  61. https://ideas.repec.org/p/upf/upfgen/163.html
  62. http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/0022103174900341
  63. http://plato.stanford.edu/archives/win2011/entries/doing-allowing/
  64. http://www.sas.upenn.edu/~baron/papers.htm/oc.html
  65. http://www.sas.upenn.edu/~baron/papers.htm/vac.html
  66. http://rationalwiki.org/wiki/Pareidolia
  67. http://www.aaai.org/Papers/Symposia/Fall/2007/FS-07-04/FS07-04-017.pdf
  68. http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/acp.1026/abstract
  69. http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1041608001000358
  70. http://thestrangestsituation.blogspot.be/2011/02/false-memories-source-confusion-and.html
  71. http://skepdic.com/cryptomn.html
  72. http://bjp.rcpsych.org/content/111/480/1111.abstract
  73. http://psycnet.apa.org/?&fa=main.doiLanding&doi=10.1037/0003-066X.54.3.182
  74. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10199218
  75. http://wtop.com/health/2015/07/study-most-americans-suffer-from-digital-amnesia/
  76. http://www.mercurynews.com/ci_18478827
  77. http://science.sciencemag.org/content/333/6043/776
  78. https://dx.doi.org/10.1111%2Fj.1467-6494.1972.tb00077.x
  79. https://www.worldcat.org/title/journal-of-personality/oclc/863014709
  80. http://www.scholarpedia.org/article/False_memory
  81. http://psycnet.apa.org/?&fa=main.doiLanding&doi=10.1037/cns0000044
  82. http://bbs.sagepub.com/content/early/2015/08/12/2372732215600886.abstract
  83. http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/bdm.481/abstract
  84. http://rationalwiki.org/wiki/Cherry_picking
  85. http://rationalwiki.org/wiki/False_dichotomy
  86. http://rationalwiki.org/wiki/Correlation_does_not_imply_causation
  87. http://rationalwiki.org/wiki/Post_hoc,_ergo_propter_hoc
  88. http://rationalwiki.org/wiki/Slippery_slope
  89. http://rationalwiki.org/wiki/Negative_proof
  90. http://rationalwiki.org/wiki/Appeal_to_tradition
  91. http://rationalwiki.org/wiki/Appeal_to_nature
  92. http://rationalwiki.org/wiki/Appeal_to_novelty
  93. http://rationalwiki.org/wiki/Shill_gambit
  94. http://rationalwiki.org/wiki/False_analogy
  95. http://www.txstate.edu/philosophy/resources/fallacy-definitions/Faulty-Analogy.html
  96. http://rationalwiki.org/wiki/Balance_fallacy

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki